PKN
Hervormde gemeente Wjelsryp-Baaium
 
De les van de boer en zijn hond De les van de boer en zijn hond
Ik fiets nog wel eens naar het achter Hallum gelegen Noorderleech. Een mooi stukje natuur achter de Seedyk. Er staat een bord dat mij meldt dat de toegang niet overal  geoorloofd is. Maar onder invloed van het najaarszonnetje lijkt het bordje mij vergevingsgezind toe te lachen. Ik klauter over  het hek en lig gelukzalig  tegen het talud van een dobbe met mijn gezicht in de zon. Zo kan ik in alle rust nadenken, als ik tenminste niet onverhoeds in slaap val.
Laatst trof ik het niet. Ik begaf mij naar het hek, maar op hetzelfde ogenblik kwam de boer eraan die ooit het verbodsbordje had neergezet. Ik liet het hek los en deed alsof ik erg geïnteresseerd was in de natuur en de vogels.
De boer kwam met een hond zijn schapen ophalen. Af en toe gaf hij een kreet die klonk als  'Aworrgghh' en de hond deed het verdere werk. Vele meters legde de viervoeter af, maar uiteindelijk dreef hij alle schapen bijeen.
Daar begon mijn jaloezie te groeien. Ik zou de mij toevertrouwde kudde ook wel bijeen willen drijven zoals deze onvermoeibare hond. Maar ja, de kerkse kudde wordt stilaan kleiner, en om allerlei reden kunnen schapen afhaken.
Ondertussen was ik met de boer in gesprek geraakt en hij vertelde me dat hij dit keer een andere auto had, maar als hij met zijn eigen auto was dan kwamen de schapen op het geluid van zijn claxon naar het hek gedraafd.
Mijn jaloezie begon naar onpeilbare hoogte te stijgen. Ik moet groen hebben gezien. Ik zag én hoorde het al voor me. Al toeterend rij ik op zondag door mijn gemeente,  de deuren gaan open en de mensen stromen toe. Ik ben dan een soort geestelijke rattenvanger van Hamelen, maar misschien klinkt dat niet zo vriendelijk voor de kerkbezoeker.
De schapen waren bijeengedreven, de boer begon ze te onderzoeken en de hond lag hard hijgend met de tong ver uit de bek onder de auto uit te hijgen.
Ik ging maar verder, ik begreep dat mijn plaatsje in de zon er niet in zat. 
Terug fietsend bedacht ik dat ik soms wat op die hond lijk. Je draaft als een herdershond door het veld, oren in de nek, en maar achter de schapen aan. Tot je uiteindelijk doodmoe in de schaduw moet bijkomen. En wat heb je dan bereikt?  Want de hond die ik bezig had gezien, had toch wat makkere schapen dan ik te verzamelen.
Uiteindelijk kwamen mijn gedachten weer terug bij het claxonneren van de boer. Niet dat ik met toeteren op zondag veel vrienden, laat staan volgelingen van Jezus zou maken.
Maar de schapen hoorden aan de klank van de claxon dat hún boer er was. Dat beschrijft Johannes toch ook in zijn evangelie? De schapen luisteren naar de stem van Jezus.  Iemand anders volgen ze niet, de schapen volgen omdat ze hun Heer herkennen aan zijn stem.
Kerk-zijn hangt uiteindelijk niet af van ons doen en laten, van ons draven en vergaderen. Het heeft alleen zin als we door de geluiden van deze wereld heen de stem van de Heer zelf horen. God spreekt in zijn zoon Jezus Christus. En hij richt zich tot ieder van ons.
Is onze ziel niet het klankbord van de stem van Jezus? Het is wachten op de tijd dat we ontwaken en zijn stem gehoor geven.
 
 
terug
 
 
AVG
meer
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.